De leerlingen kregen de kijkopdracht om achteraf in drie zinnen het verhaal samen te vatten en op zoek te gaan naar het thema-woord van deze film. (Iets als: buitensluiten.)
In het filmpje krijgt een stel snobistische kleine vogeltjes een koekje van eigen deeg wanneer de bijdehante beestjes een anders uitziende vogel buitensluiten en een loer willen draaien.
Vragen om het gesprek op gang te brengen zijn o.a.: Hoe voelt de grote blauwe vogel zich aan het begin? Hoe reageren de kleine vogels op hem? Wat doen ze? En wat is het gevolg voor hen?
Vragen die je daarna kunt stellen, om het op henzelf te betrekken: Wat kun je hier van leren? (Als je iemand pest kom je er vroeg of laat zelf bekaaid af, je komt er altijd zelf slechter uit als je pest. Die lelijkheid van de vogeltjes op het einde staat voor de lelijkheid van pesters).
Wanneer het zevental vogels op een telefoonlijn gaat zitten en een beetje met elkaar gaat zitten ruziën, zien ze ineens een grote Pino-achtige vogel op de telefoonpaal neerstrijken, met veren die door elkaar zitten, een dommige uitdrukking op zijn gezicht, en een lager klinkende stem die steeds over lijkt te slaan. En natuurlijk zien de kleine deugnietjes zich nu genoodzaakt om de grote vogel gezamenlijk in de maling te nemen. Zoals vaak het geval is in sociale groepen, worden de onderlinge geschillen vergeten om de vreemdeling buiten de groep te kunnen houden. Ineens zijn de kleine beestjes de grootste maatjes en liggen ze constant dubbel wanneer ze hun grotere soortgenoot om de beurt imiteren door scheel te kijken en het opzetten van hun veren. Ze gaan snel met zijn allen een stuk verder weg op de telefoondraad zitten om even fijn over hem te roddelen, maar de grote, wat onhandige vogel komt tussen hen in zitten om vriendschap te sluiten. De vogeltjes, die door de doorzakkende lijn nu tegen de grote vogel aan komen te zitten, zijn overduidelijk “not amused” en een van hen lijkt de oplossing te hebben gevonden door de klungelige Pino een flinke por met zijn snavel te verkopen. Maar het verloopt allemaal wat minder gunstig dan hij had gehoopt.
De animatie is (op moment van uitkomen, in 2002) weer een stukje gedetailleerder dan het voorgaande werk van Pixar, waarbij vooral de mooi gevormde veren van de vogels opvallen. Ook zijn de beestjes goed driedimensionaal, mede door een adequate “belichting”. De droge uitdrukkingen van de vogeltjes – vooral leuk als ze met zijn allen hetzelfde doen of totaal geen krimp geven – zijn bijzonder grappig en zijn begrijpelijkerwijs ook in de lange films van Pixar een vaste komische waarde geworden. En de geluidjes dragen ook, zoals gebruikelijk, weer goed bij aan de amusementswaarde. Het is hier met name het geluid van de kleine vogels dat zo vermakelijk is. Er is ervoor gekozen om de irritant kwekkende beestjes te laten klinken als die rubberen piepspeelgoedjes waar honden vaak mee spelen.
‘For the Birds’ is de derde korte Pixarfilm die een Oscar in de wacht wist te slepen. Zowel de vorm als de inhoud is erg bevredigend, mede door de hoogstaandere animatie en het simpele verhaalidee.

Ook getipt door Filmhub Oost (op LinkedIn, FaceBook en InstaGram).



![]()


Volg Mij !