Marina Abramović

Wat mijn meest succesvolle museumbezoek had moeten worden…

De overzichtstentoonstelling van Marina Abramović in de kelder van het Stedelijk start met een prachtig fonkelende poort van heldere seleniet als een soort rituele drempel. Maar … je mag er niet door; hij blijkt ‘kapot’. Wat zegt dit over de rest van de tentoonstelling? Is dit een blik op de revolutionaire godin van de performance-art? Is dit een terugblik op de geschiedenis? Is dit een tentoonstelling waarbij jezelf ervaart en aan deel kunt nemen?

Er zijn inderdaad werken werken waarbij je als bezoeker kunt participeren. Zoals de grote kwartskristallen klompen waar je met je blote voeten in mag gaan staan. Veel bezoekers lijken dit niet eens op te merken; er is teveel groots dat hen afleidt.
Het is natuurlijk bewonderenswaardig dat een kunstenaar zich niet eindeloos blijft herhalen. Maar het is wel spijtig dat Abramović haar angstaanjagende kamikazekunst vervangen heeft door een meer glamour-achtige stijl. Zo is de foto van haar met brandende kaars een weinig overtuigend en zelfs saai kunstwerk. Gelukkig zijn er niet veel van die werken.

In 1977 stonden Marina en haar toenmalige partner Ulay (Frank Uwe Laysiepen, 1943-2020) naakt aan weerszijden van een smalle opening. Daar moest je dan tussendoor. Twee door het Marina Abramović Institute opgeleide jonge mensen voeren deze performance nu uit. Respect! Zijwaarts ben ook ik tussen hen door gegaan. Ik voelde de buiken, borsten en piemel schuren en een zachte zucht in mijn gezicht. Toch was de emotie minder dan ik had verwacht. Het is of je kijkt naar de kopie van een bekend schilderij. (Toch zou het moeten shockeren, omdat we inmiddels wel in een veel preutsere wereld leven dan toen.)

Dit worden re-performances genoemd. Tijdens een andere re-performance zit een naakte vrouw met de armen en benen wijd op een fietszadel. Niet zes uur zoals Abramović, maar om arbo-redenen dertig minuten. Het is een prachtig beeld en het geeft aan hoeveel kracht Abramović destijds moet hebben gehad. Maar het blijft een tandeloos aftreksel van de echte performance.

In 1975 wisselde Abramović als experiment van rol met een raamprostitué, waarbij ze eigenlijk geen enkele klant kreeg. Terwijl de prostitué in haar naam succesvol een opening van een tentoonstelling bij woonde. De film hierover heeft een prominente plek in de tentoonstelling en wordt dan ook druk bekeken. Terecht, want het was haar eerste kunstwerk in Amsterdam, waar ze nog zo’n 30 jaar zou blijven. Destijds zorgde het voor veel opschudding, maar eigenlijk had ze zich niet voldoende voorbereid om het goed uit te kunnen voeren.

In 1997 maakte Abramović koeienbotten schoon onder het zingen van Servische volksliedjes. Het ontbreken van de stank en de levende maden maakt het naargeestig. Het Stedelijk toont strakke video’s met cleane close-ups naast een keurige stapel nepbotten op een rood tapijt. Dit is geen performance die je raakt. Zo jammer! Zo nep!

In een soort doolhof zijn op grote videowanden registraties van performances te bekijken. Het is een spectaculaire kakofonie aan bizarre geluiden. Toch is het jammer dat de geluiden van de verschillende films elkaar overstemmen. Dit maakt het lastiger om je in één enkele video echt in te leven en onder te dompelen.

Het zijn registraties, niet de live performances zelf. En dat maakt het minder intens. Schuren doen ze allang niet meer. Toch moet je naar deze tentoonstelling gaan. Het is een overrompelende ervaring om te kijken naar de moedige en compromisloze Abramović.

Een mooie oefening om je eigen uithoudingsvermogen, je concentratie, wilskracht en zelfbeheersing te testen is ‘Couning the rice’. Bij de uitgang staat een grote tafel waaraan je kunt gaan zitten, met een witte jas aan en een geluidsdichte koptelefoon op. De opdracht is om rijstkorrels en linzen te scheiden en dan de rijstkorrels te tellen.

De performances met Ulay zijn wat mij betreft toch ronduit de beste. Daar zit een extra laag onder, over relaties, man en vrouw, liefde en angst. De meest krachtige video vond ik ‘Rest Energy’ uit 1980, waarbij Abramović een boog vast heeft en deze spant door achterover te leunen, terwijl Ulay de pijl op haar borst gericht houdt. Je hoort de stijgende hartslag en de klanken van Ulays krachtinspanning. In mijn beleving hoorde ik van deze performance lang, lang geleden, tijdens het proces van mijn dienstweigering en heeft het zich daarom bij mij stevig verankerd en meer betekenis gekregen. Prachtige registratie. Levert me nog steeds veel kippenvel op.

De tentoonstelling kent twee sleutelwerken. ‘Rhythm 0’ uit 1974 is de oudste. Hier laat Abramović de bezoekers zes uur lang met haar doen wat ze willen, gebruikmakend van veren, honing, schaar, scalpel, spijkers, pistool, touwen, enz. De objecten liggen er en op vier wanden worden heel veel foto’s getoond. Wat ik hier erg mis is de indringende confrontatie die het publiek met zichzelf moet hebben gehad.

Het tweede sleutelwerk is gelijk mijn favoriet van de tentoonstelling: ‘The Artist is Present’, waarbij Abramović 75 dagen lang meer dan 700 uur museumbezoekers één voor één aanstaart. In het Stedelijk is dit prachtig weergegeven, door zo’n honderd videobeelden van Abramović te vertonen met op de wand er tegenover evenveel videobeelden van de wisselende bezoekers. Hier zijn heel veel verschillende emoties te ontdekken, zowel van de kunstenaar als van het publiek. Mooier kan het haast niet.

Deze tentoonstelling is een absolute aanrader. Het geeft een breed, overzichtelijk beeld van wat Abramović allemaal voor de kunst in het algemeen en de performance-art in het bijzonder heeft betekend. En ook al zijn het registraties en re-performances, ze kunnen nog steeds flink bij je binnenkomen. En dat is de bedoeling.

Loading