Interview in De Lelybel

Andre Broens – kunstenaar en docent – “We kunnen niet zonder kunst!”

We ontmoetten Andre Broens bij de Lelystadse Amateur Kunstenaarsvereniging in de Veste. Daar gaf hij een workshop aan een groep leden. Die maakten, oneerbiedig gezegd, gewone schilderijen zoals koppen, landschapjes, danseressen, etc. Onder zijn leiding maakten ze verbazingwekkende, abstracte kunstwerken! Hoewel hij kunstwerken eerst in zijn hoofd maakt speelt toch ook toeval een belangrijke rol in zijn leven. Op weg van zijn woonplaats Den Haag naar het noorden dronk hij eens koffie in Lelystad en hoorde iemand achter hem zeggen dat hij een woning zocht in Den Haag. De ruil werd snel beklonken en zo belandde Andre binnen onze gemeentegrenzen! Wij zijn daar blij mee.

Hoe ben jij kunstenaar geworden?
Mijn moeder heeft altijd wel toiletrolletjes, papieren dozen en verpakkingen voor mij bewaard om mee te knutselen. Een van de dingen die ik nog weet is dat ik als klein jochie een kerstgroep mocht maken en dat dat een apart plekje kreeg. Tekenen deed ik ook wel. Als tiener ben ik met mijn vader begonnen aan een tekenfilm; beeldje voor beeldje.

Was je vader artistiek ingesteld?
Waarschijnlijk wel, maar hij was bedrijfsleider bij een textielfabriek en dat slokte al zijn tijd op. Bij een jubileum kreeg hij een super-8 filmcamera. Ik was toen een jaar of 15. We zijn toen samen gaan filmen. Je kon toen nog niet terugkijken, moest 3 weken wachten om het rolletje te laten ontwikkelen en betaalde 30 gulden voor 3 minuten. Andere tijd. Ik hou nog steeds erg van filmen. Zo ben ik onlangs nog Filmleraar van het Jaar geweest. Ook programmeren vind ik gaaf. Dat heb ik met schilderen gecombineerd. Zo ontstonden schilderen die via Augmented Reality begonnen te bewegen.

Ik hoor een Alfa- en een Betakant. Dat heb je aan elkaar verbonden?
Als ik wat maak, dan moet ik dat eerst vooraf bedenken. Ik zoek eigenlijk altijd naar een uitdaging in het werk. Iets nieuws, iets lastigs. Als ik die uitdaging had overwonnen stopte ik vroeger heel vaak met het werk. Het was dan geen uitdaging meer. Zo kwam er niks af. Geen Þlmpje, geen computerprogramma, geen beeld en geen schilderij. Het ging me dan blijkbaar niet om het eindproduct, maar om het leerproces.

Je bent in het onderwijs gaan werken?
Toen ik van de pedagogische academie kwam, was er absoluut geen werk te vinden. Van mijn jaargenoten ben ik uiteindelijk de enige die in het onderwijs is beland. Ik heb eerst vormingswerk gedaan, anderstaligen, herintreders. Zelfs met een computerbus langs scholen gereden om kinderen met informatica bekend te maken. Lang geleden alweer. Ik vond werk bij computerbedrijven (zoals IBM), als programmeur, planner en opleider (lesgeven zit in mijn DNA). Maar het basisonderwijs bleef lonken. Toen bij het bedrijf waar ik werkte er ineens meer dan de helft van het personeel eruit moest en ik vermoedelijk bij de volgende afslanking aan de beurt zou zijn, heb ik van de ene op de andere dag besloten het basisonderwijs weer in te
gaan. Ik was al hulpouder en systeembeheerder bij basisschool Laetare. Onze kinderen zaten daar en Carine, mijn vrouw heeft er gewerkt. Er kwam daar een plekje vrij en inmiddels werk ik daar nu zoon 20 jaar.

Dat lijkt niet gepland. Zitten er veel ongeplande dingen in je leven?
Liever niet. Maar ik laat de dingen wel lopen zoals ze gaan. Als er iets voorbij komt, raap ik het graag op. Zo ben ik samen met mijn dochter Anoek bij het open atelier van Janny Heinsman gaan schilderen. Als hobby. Daar leerde ik Tour of Art (toen nog de Atelierroute) vanaf de andere kant kennen. Ik wilde daar graag aan meedoen. En dat is gelijk het eerste jaar gelukt. Inmiddels doe ik daar al zo’n tien jaar aan mee.

Maar jij had dus toen nog geen kunstacademie gedaan?
Jarenlang heb ik geschilderd, totdat ik merkte dat ik eigenlijk steeds hetzelfde deed. Ik verkocht best aardig, maar ik wilde meer diepgang, denk ik. Ik heb toen in 2015, naast mijn fulltimebaan op school, de deeltijdopleiding aan de kunstacademie ArtEZ in Zwolle gedaan. Dat kon dankzij mijn gezin. Ik was constant met werk en studie bezig; verder helemaal niks meer. Ik heb heel hard gewerkt en heel veel geleerd. In 2019 studeerde ik af. Ik had toen mijn eerstegraads bevoegdheid en mocht me kunstenaar noemen. Maar toen kwam corona en alle kunstzinnige plannen die ik had uitgezet verdampten. Toch ben ik verder gaan zoeken. Zo heb ik met de Kubus en met veel basisscholen in Lelystad corona-kunst gemaakt. Samen met een muziekdocent trokken we langs scholen en lieten we de kinderen een werk maken op (die
betekenisvolle) anderhalve meter. Die enorme werken kwamen op scholen te hangen, bij de Kubus zelf, en uiteindelijk bij priklocaties (waar je vaccinaties kreeg) in Almere en Lelystad. In die periode begreep ik nog meer hoe belangrijk kunst ook was voor kinderen. Daar wilde ik mee verder.

Ben je onder de indruk van wat er op andere scholen aan kunst wordt gedaan?
Dat is heel divers. Ik ken scholen in Lelystad waar kinderen twee aan twee in een ‘busopstelling’ zitten. In een lokaal zonder kinderwerk aan de muren. Mijn lokaal is misschien wat druk, met werk in de gang, aan de muren, de ramen en zelfs het plafond. Toch wordt nog vaak met trots aan externen mijn lokaal getoond waar bijvoorbeeld een grote Nachtwacht naast een Quernica hangt, die beide door de kinderen zijn gemaakt. Cultuureducatie is verplicht, het staat in de kerndoelen. Beeldend, film, dans, muziek, literatuur, erfgoed. Maar het blijft binnen het onderwijs nog erg een ondergeschoven kindje.

Gaat het dan niet ten koste van taal, rekenen waar zoveel over te doen is?
Nee, juist niet. Wij zijn een Jenaplanschool en een CultuurProfielSchool. Daarom geven we les vanuit wereldoriëntatie en cultuureducatie. Alle vakken zijn zoveel mogelijk geïntegreerd. Bij ons maken de leerlingen bijvoorbeeld boekpromoties via film.

Dat is hetzelfde als groen op scholen. Dat zou ook integraal deel moeten uitmaken van de lesstof toch?
Absoluut. Dat pas bij ons binnen wereldoriëntatie (biologie) en erfgoed. En daar komt heel veel rekenen en taal bij kijken.

Waar haal jij je inspiratie vandaan?
Er zijn een aantal favoriete thema’s. Gezichten en emoties daar heb ik wel wat mee. Tijdens mijn opleiding is dat heel lang een doorlopend thema geweest. Maar ook films en oude meesters zijn inspiratiebronnen. Zo heb ik films gemaakt (samen met leerlingen en collega’s, maar ook met Gruis, een Lelystads toneelgezelschap) die gebaseerd zijn op schilderijen van bijvoorbeeld Jeroen Bosch en Nicolas Poussin.

Heb je een favoriete kleur?
Zwart vind ik een mooie kleur. Maar het is gelijk ook een lastige kleur. Zwart kan in een schilderij voor zo’n ‘dode pixel’ zorgen. Als je twee exact dezelfde schilderijen naast elkaar zet. En als dan op het ene schilderij heel donkerpaars of heel donkerbruin op de plek zit waar op het andere schilderij zwart zit, dan zie je het effect van het zwart.

Hoe gebruik je jouw artistieke capaciteiten om kinderen zover te krijgen te tekenen of schilderen? Dat ze ook hun blik verbreden of hun vaardigheden verbeteren. Hoe heb je daar een truc of een filosofie voor?
Als ze een papa of mama meenemen het lokaal in en trots zeggen: dat heb ik gemaakt, of nog mooier, als de ouders zeggen, die heb jij zeker gemaakt, dan ben ik blij. Het is jammer als er 20 dezelfde pinterest-werkjes naast elkaar hangen en niemand meer weet wat van wie is. Ik heb groep 6, 7, 8, de bovenbouw van de basisschool. Op een jenaplanschool zitten er altijd drie jaargroepen bij elkaar. Ik kreeg ooit een leerling uit groep 4 die een hekel had aan tekenen en schilderen, omdat hij niet zo’n goede motoriek had. Hij moest in de middenbouw binnen de lijntjes kleuren en dat ging niet. Ik heb hem laten experimenteren op groter papier en met minder grenzen. Hij ontwikkelde een heel eigen stijl. Er zijn kinderen die heel goed één bepaald poppetje kunnen tekenen. Het is dan een uitdaging om dat te doorbreken. Het kind heeft al iets van een stijl. Dat moet herkenbaar blijven. Maar het moet uitgebreid worden. Er moet meer gemaakt worden dan alleen dat poppetje. Natuurlijk bied ik ook lessen aan waarin ŽŽn bepaalde techniek of één specifiek materiaal centraal staat. Dan leren ze bijvoorbeeld met vetkrijt een ruimtelijke bolling te maken, met schaduw en lichtpunten. Dan werken we aan een compositie met afsnijding, diepte en voor elkaar plaatsen. Het is fijn wanneer ze later in een vrijere opdracht laten zien dat ze dat beheersen.
Evalueren is ook heel belangrijk. Leerlingen leren daardoor steeds beter kijken. Kinderen geven elkaar tips en tops (geen afbranders).

Wat ik persoonlijk moeilijk vind in kunst is: wanneer is dat af? Jij werkt natuurlijk naar een beeld dat je al in je hoofd hebt.
Ik werk met een plan. Maar het is geen blauwdruk. Tijdens het maak-proces verandert het natuurlijk wel. Belangrijk is ook dat er plek over is voor interpretatie. Dat je niet alles vertelt op je doek. Je hoeft bijvoorbeeld geen lamp of zon of venster te schilderen om aan te geven waar het licht vandaan komt. Dat zie je zo wel. Ook bij kinderen is het altijd een discussie. Moet het blad helemaal vol? Wat is belangrijker: de compositie of het volledig kleuren?

Ik heb nog een uitspraak van andere kunstenaars die ik je even voorleg: ‘Ik geloof niet in kunst, maar in de kunstenaar’.
Ja, dat denk ik ook. Als ik kunst zie, wil ik graag weten wie het gemaakt heeft en wat de insteek is. Uit welke tijd komt de kunstenaar, wat is zijn achtergrond en wat heeft hij nog meer gemaakt. Ja, ik denk dat de kunstenaar er echt toe doet.

‘Schilderen is makkelijk als je niet weet hoe, maar erg moeilijk wanneer je dat wel weet.’
Dat is met alles: hoe meer je ergens van af weet, hoe minder je weet. Als je begint met schilderen ben je tevreden met simpele verf. Maar later ga je de kwaliteit van verf leren waarderen. En dat is met vaardigheden ook. Ik zei in het begin al dat ik in elk werk iets nieuws wil leren. Overal ligt een uitdaging. Hierdoor leer je steeds meer. En er is nog zo veel te leren.

Is kunst hoop?
Dat is een mooie. Ik vind kunst in ieder geval wel heel essentieel. Als ik merk op school dat we zo vaak moeten strijden om kunst op het rooster te krijgen. Probleem je eens voor te stellen dat je een week zonder kunst moet doen. Geen boek, geen film, geen games, geen theater. Alles wat je vastpakt heeft ineens geen ontwerp, meer want ook dat is kunst. Toegepaste kunst. Het is gewoon onmogelijk. We kunnen niet zonder kunst. In het verleden werd er bezuinigd op de gezondheidszorg, het onderwijs. Zie hoe het daarmee gaat. Als je nu bezuinigd op kunst, weet je zeker dat het straks misgaat. Zeg nou eens eerlijk, schilderijen van Mondriaan, Rembrandt en Van Gogh zijn nog steeds exportproducten. Daardoor is Nederland nog steeds
over de gehele wereld bekend. Zo essentieel!

Loading