Chaos?

“Maar wordt dat dan geen chaos?”

Die vraag krijg ik weleens als mensen horen dat ik een stamgroep van groep 6, 7 en 8 draai of een combinatieklas 6,7 zoals dit jaar.

Eerlijk? Als je binnenloopt, lijkt het misschien ook zo.

Bij rekenen krijgt groep 6 instructie aan de instructietafel, terwijl groep 7 zelfstandig werkt, automatiseert of herhaalt. Na zo’n 10 minuten wisselen we.

Daarna gebeurt er van alles tegelijk.
Een leerling werkt op een laptop.
Twee kinderen leggen elkaar iets uit.
Iemand oefent tafels.
Een ander werkt met concreet materiaal.
Sommigen maken plusstof.
Anderen herhalen juist iets lastigs.

Bijna niemand doet hetzelfde.
En toch weet iedereen precies wat hij moet doen.

Ik loop rond, observeer.
Leerlingen kijken zelf hun werk na. Want leren is ook ontdekken waar je fouten maakt en wat je nog nodig hebt.

Dat werkt alleen met duidelijke afspraken, veel oefenen en leerlingen die zelfstandigheid leren nemen.

En misschien is dát wel het mooiste:
dat kinderen zélf leren zien wat ze beheersen — en wat nog niet.

Straks draag je zo’n groep over.
Dan hoop je vooral dat wat je samen hebt opgebouwd, blijft bestaan.

Loslaten blijft een vak apart.

Loading