Wanneer is het af?

Bij beeldende vorming stellen kinderen opvallend vaak dezelfde vraag: “Is het zo goed?” Niet: “Wat zou ik er nog aan kunnen veranderen?” Of: “Hoe zorg ik dat dit ding overeind blijft?” Nee, ze willen weten of hun werk overeenkomt met het plaatje dat kennelijk in mijn hoofd zit.

Dat is niet zo vreemd. Veel creatieve opdrachten op school zijn eigenlijk vermomde invuloefeningen. De leerkracht laat een voorbeeld zien, deelt voorgesneden materiaal uit en twintig minuten later staan er dertig vrijwel identieke uilen, sneeuwpoppen of herfstbomen op de vensterbank. De verschillen zitten vooral in de hoeveelheid lijm en de plek waar een oog per ongeluk terechtkwam.

Het ziet er gezellig uit. Ouders herkennen meteen wat het voorstelt en niemand hoeft zich af te vragen of de opdracht geslaagd is. Juist daarin zit het probleem: als vooraf al vaststaat hoe het resultaat eruit moet zien, is er weinig meer te onderzoeken. Het kind hoeft geen kunstenaar te zijn, maar vooral een nauwkeurige uitvoerder van het idee van de leerkracht.

In mijn groepen 6, 7 en 8 probeerde ik daarom steeds vaker opdrachten te geven waarvan ik zelf het eindresultaat niet kende. Maak een voertuig dat niet kan rijden. Bouw een dier dat uit drie kanten iets anders lijkt. Verbeeld een herinnering zonder mensen te tekenen. Dat leverde niet automatisch meesterwerken op. Integendeel. Soms zakte een bouwwerk al in elkaar voordat het af was en leek een zorgvuldig ontworpen fantasiedier verdacht veel op een natte boodschappentas.

Maar juist dan begon het gesprek. Waarom viel het om? Welk onderdeel werkt wél? Wat gebeurt er als je het omdraait? Kinderen ontdekten dat mislukken geen eindpunt hoefde te zijn, maar materiaal voor de volgende stap.

Dat vraagt ook iets van de leerkracht. Je moet verdragen dat niet ieder werkstuk mooi wordt, dat de klas tijdelijk op een slecht georganiseerde werkplaats lijkt en dat je niet voor elk probleem een oplossing klaar hebt. Voor een onderwijsprofessional is “Ik weet het ook niet, probeer maar” soms een ongemakkelijke zin.

Toch begint creativiteit precies daar: niet bij het namaken van mijn voorbeeld, maar bij het moment waarop mijn voorbeeld ontbreekt.

Loading