2026 begint met open handen

Tijdens de De Dinsdagavond-Salon, het poëzieprogramma van Flevoland, kreeg ik de ruimte om mijn nieuwjaarsgedicht voor te lezen — een moment om vooruit te kijken naar 2026, met woorden als wensen.

2026 begint met open handen

Ik loop het nieuwe jaar in
alsof ik door een verbrande deur stap.
De rand nog warm,
de lucht zwaar van wat niet gezegd is.
Ik voel mijn eigen adem
als een roestige ketting tegen mijn ribben,
maar ik beweeg.
Vooruit.
Hard genoeg om te blijven leven.

De dagen voor me
liggen als lege kisten,
wachtend tot ik ze openbreek
en vul met iets dat klopt—
niet netjes,
maar echt.

Voor 2026 wens ik
geen zachte lakens of rechte paden,
maar spieren die blijven trekken
ook wanneer de nacht zwaar op me drukt.
Wensen die zich vastbijten
zoals licht dat tóch onder een deur doorkruipt.

Ik wil de mensen die ik liefheb
niet alleen bij me houden,
maar voelen als gewicht
dat me anker geeft in stormtijd.
Hun stemmen als warme spijkers
in een wereld die soms uit elkaar valt.

Ik wens dat ik durf te breken
als het moet,
zonder me te verstoppen
in mijn eigen stilte.
Dat ik de schaduwen van dit jaar
aanraak zonder dat ze mij opslokken.

En als het donker komt—
want dat komt altijd—
wil ik dat mijn hart
nog één stap vooruit weet te vinden.
Een ritme.
Een slag.
Een bewijs dat ik nog steeds hier ben,
met open handen,
klaar om 2026 binnen te trekken
alsof het mij toebehoort.

Loading

Gerelateerde berichten: