Een halfjaar naast iemand zitten en zijn naam niet kennen. Ik probeer me dat voor te stellen, maar het lukt me niet. Welk onderwijs hebben we dan samen gevolgd, als we elkaar ondertussen nauwelijks hebben ontmoet?
Ik hoor weleens dat kinderen halverwege het schooljaar nog niet alle namen van hun klasgenoten kennen. Daar schrik ik van. In mijn groep zou dat na een maand nauwelijks voorstelbaar zijn. Niet omdat ik iedere ochtend een namenlijst overhoor, maar omdat we voortdurend iets met elkaar doen.
Kinderen zitten in gemengde groepjes, werken met wisselende klasgenoten en helpen elkaar. Ze geven een beurt door en noemen daarbij een naam. Ze overleggen, spelen, lezen en presenteren. Een naam krijgt vanzelf een gezicht, een stem en een verhaal. Je weet wie goed kan tekenen, wie je helpt met rekenen en wie tijdens het samenwerken eerst drie grappen moet maken voordat er iets gebeurt.
Maar een schoolgemeenschap houdt niet op bij de deur van je lokaal.
Er lopen ook volwassenen rond die kinderen dagelijks zien, zonder dat ze weten wie ze zijn of wat ze doen. De directeur, de intern begeleider, de conciërge, iemand die komt observeren of iedere week een leerling ophaalt. Wij kennen hun functie, hun takenpakket en waarschijnlijk ook hun nieuwste functienaam. Kinderen kennen soms alleen hun jas.
Daarom nodig ik die mensen geregeld uit in de klas. Kom kijken, kom vertellen, laat je bevragen. Wie zorgt dat hier boeken en schriften zijn? Wie kiest samen met de leerkrachten een methode? Wie helpt als leren moeilijk gaat? Wie maakt ons klaslokaal schoon? Wie beheert het geld? En wie zorgt dat al die scores keurig in grafiekjes belanden?
Dat laatste levert vast een boeiend gesprek op.
Natuurlijk hoeft niet iedereen dagelijks voor de klas te staan. Er is veel werk nodig om onderwijs mogelijk te maken. Maar als dat werk voor kinderen bedoeld is, mogen zij toch ook weten wie het doet? Een kennismaking hoeft geen spreekbeurt van drie kwartier te worden. Even aanschuiven, vertellen en belangstelling tonen kan al veel betekenen.
Doordat ik af en toe even door kleuterklas loop, weten ze al wie de meester van de bovenbouw is.
We hebben het graag over verbinding, betrokkenheid en burgerschap. Ondertussen begint het gewoon met weten wie er naast je zit en wie er door je school loopt.
Een school wordt een gemeenschap doordat mensen elkaar ontmoeten. Daar moeten we tijd en ruimte voor maken, juist tussen alle lessen, afspraken en registraties door.
Want wie jarenlang door dezelfde gangen loopt, verdient meer dan een rol als figurant. Dat geldt voor de volwassenen én voor de kinderen.
![]()


Volg Mij !