Model van Knoster

Dit hoofdstuk kijkt terug op het onderzoek en beantwoordt zo de hoofdvraag: Op welke manier is beeldend onderwijs en kunsteducatie betekenisvol voor leerlingen op de basisschool? Bij het formuleren van dat antwoord wordt gebruik gemaakt van het Model van Knoster, dat speciaal gericht is op het succesvol doorvoeren van veranderingen binnen een organisatie (Nieuwenhuis, 2017).

Als een organisatie op een goede manier veranderd en verbeterd moet worden, dan gelden daar voorwaarden voor. Voor de meeste kans op succes en om een optimaal resultaat te kunnen bereiken, moeten op alle fronten de neuzen dezelfde kant op staan. De basis is een goede visie, maar ook de beschikbare vaardigheden moeten bekeken worden, evenals de motivatie, de beschikbare middelen en tenslotte een gestructureerd plan van aanpak. Er hoeft maar een enkel segment te ontbreken en er is kans op verwarring, weerstand, ongerustheid, frustratie, nutteloosheid of zelfs chaos. In het model van Knoster is duidelijk dat al deze zes bouwstenen van een organisatie nodig zijn om tot verandering te komen. In het ondersteunende model wordt duidelijk hoe die bouwstenen in het gehele gebeuren geplaatst staan. Elke kleine wijziging kan al gevolgen hebben op andere bouwstenen. Zo zal de verandering in alleen de structuur niet voldoende zijn voor flinke organisatieverandering. 

Model van Knoster

Strategie
Allereerst moet er een duidelijke visie zijn, die niet meer gericht is op passief kennis reproduceren. Creativiteit krijgt als vakoverstijgende vaardigheid een belangrijkere plek en kunstdisciplines worden het hart van de 21e-eeuwse vaardigheden. Zonder duidelijke visie is er verwarring en ontbreekt samenhang. De vraag waarom je iets doet is dan niet te beantwoorden. De visie moet duidelijk geëtaleerd worden. Hier heeft de directie een duidelijke taak, samen met de ICC-er; dat is immers onderdeel van de ICC-opleiding. Inspectie zal moeten toezien. De strategie is de kern van de gehele gebeuren is en moet de balans vinden tussen de resultaten enerzijds en de constructie (de interne structuur, de cultuur, de mensen en de middelen) anderzijds.

Ondersteunend model bij model van Knoster

Structuur
Er is lang geen tijd en aandacht geweest voor handvaardigheid. Het vak moet, net als alle andere kunstvakken, een vaste, prominente plek op het rooster krijgen en in relatie staan met de rest van het curriculum. Het is de taak en verantwoordelijkheid van iedere docent om het vak niet meer ad-hoc of fragmentarisch te geven. Onbevoegden mogen niet als leerkracht voor de groep. Zonder structuur is er chaos. Een ICC-er zorgt hier voor verankering, continuïteit en motivatie binnen het team. Een goede structuur heeft een duidelijke constructie en zorgt voor beheersbaarheid.

Cultuur
Leerkrachten moeten de wetenschappelijke noodzaak kennen om zich betrokken in te zetten voor handvaardigheid (en de bredere cultuureducatie). Voor het ontbreken van een referentiekader, de deskundigheid en een culturele infrastructuur is de ICC-er onontbeerlijk. Onderling moet er een relatie en omgang zijn gebaseerd op respect, vertrouwen, samenwerking, waardering en aanspreekgedrag, anders ontstaat weerstand en is er geen binding. Dit zorgt voor een optimale leefbaarheid. Omdat pabo’s het niet als hun taak zien om een kunstdocent op te leiden, is een lesbevoegde kunstenaar als ICC-er een goede optie.

Mensen
Uiteindelijk moet het allemaal gedaan worden (maakbaarheid) met de mensen en de middelen. Bij de mensen ligt de aandacht op meer deskundigheid, samenwerking onderling en met culturele centra. Als dit ontbreekt ontstaat er ongerustheid. Kennis en vaardigheden moeten ontwikkeld en geborgd worden. Hier heeft de ICC-er minimaal een coördinerende functie. Belangrijk is dat er tijd is voor dit alles.

Middelen
Alle overige resources moeten zo optimaal mogelijk worden ingezet. Zo is een goed geoutilleerd lokaal (met veelzijdige materialen en gereedschappen) eigenlijk een must. Een curriculum voor dit vak (en verbondenheid met andere vakken) staat beschreven. Een bestaande methode (zoals Laat Maar Zien) kan hierbij goed ingezet worden. Uiteindelijk komt het allemaal neer op geld. Het ontbreken hiervan zal frustreren. Resultaten
Tenslotte gaat het om de noodzaak en de toegevoegde waarde van het geheel. Dit is de functie van het geheel. Positieve resultaten en effecten zijn successen voor iedereen. Dit komt de bestuurbaarheid ten goede. Het moet dus voor iedereen duidelijk zijn dat leerlingen groeien in hun creativiteit, beter presteren op vakken uit het kerncurriculum, zelfstandiger en procesmatiger werken en meer plezier beleven in school. Kortom: zoals het jenaplan-onderwijs. Jenaplan is het antwoord op de toekomst.

 92 total views,  1 views today

  • Facebook
  • Twitter
  • Hyves
  • MySpace
  • Live
  • Add to favorites