FortaRock 2015

Wat al verwacht werd is helaas bewaarheid: het Nijmeegse metalfestival is er niet in geslaagd om een headliner te vinden van een kaliber dat de ambitieuze ‘XL’-opzet in het Goffertpark kan rechtvaardigen. Zelfs ‘Plan B’ – hoofdact Slipknot aanvullen met een paar vergelijkbaar grote bands – viel uiteindelijk in duigen, waardoor de organisatie zich een paar maanden geleden genoodzaakt zag om open kaart te spelen en de ticketprijs flink te reduceren. Zonder meer een chic gebaar, en voor het publiek betekent het ouderwets kleine formaat van het festivalterrein eigenlijk gewoon een welkome terugkeer naar de gemoedelijke sfeer van de eerste edities van Fortarock in Park Brakkenstein, ook al geholpen door de vandaag zeer gunstig gestemde weergoden. Wat rest is uiteraard de vraag of ook de kwaliteit van het muzikale aanbod gewaarborgd is gebleven.

Het begin lijkt wat dat betreft hoopgevend, met een handvol relatief jonge bands die zich qua stijl in de buitenste regionen van de line-up bevinden. De symfonische black metal van het Limburgse Carach Angren doet in het volle daglicht met songtitels als ‘When Crows Tick on Windows’ weliswaar wat potsierlijk aan, maar de grote makke van dit subgenre – live blijkt het vaak geluidstechnisch lastig waar te maken – wordt kundig omzeild door te kiezen voor een transparant klinkende bezetting met slechts zang, toetsen, drums en een enkele gitaar. Het drumwerk is daarbij bijzonder strak en het gitaargeluid voor blackmetalbegrippen aan de zware kant, waarmee het gebrek aan een meestal weinig toevoegende bassist prima wordt opgelost. Zanger Seregor oogt aanvankelijk licht nerveus maar als halverwege zowaar de eerste pit van de dag genoteerd mag worden, staat niets een succesvolle aftrap van de dag in de weg.

Geen ‘circustent’ dit jaar op Fortarock (al gaat de podiumaankleding van Slipknot aardig die kant op): ook Stage 2 bevindt zich in de open lucht, waardoor het gemakkelijk switchen is tussen de tegelijkertijd spelende bands op de twee kleine podia. Voor synthesizerhaters biedt het alternatief voor Carach Angren geen soelaas; sterker nog, bij Leprous staan de toetsen van frontman Einar Solberg bijna storend hard in de mix en ook zijn vocalen klinken op het randje van overstuurd. De Tool-meets-Muse progmetal van de zowel visueel als muzikaal strak gestileerde Noren is bovendien wat zwaar op de hand voor een openingsact, al valt er op de uitvoering van het materiaal van het prima ontvangen nieuwe album The Congregation verder weinig af te dingen.

Voor het betere vrijblijvende festivalvermaak is het wachten op de eerste band op het hoofdpodium. De neoheavymetalstrijders van Enforcer spelen in kleine clubs altijd al alsof ze een publiek van tienduizend man voor zich hebben, maar nu het daadwerkelijk zover is blijkt toch dat dit nog wel een aantal extra vaardigheden en trucjes vereist die het Zweedse kwartet nog niet helemaal machtig is. Als je het publiek wilt laten meeschreeuwen met je catchy refreinen is het bijvoorbeeld raadzaam om het in ieder geval de eerste keer nog even zelf voor te zingen, en ook de timing van de “Hey! Hey!”’s laat nog wat te wensen over. Daar komt bij dat het spel met name in de speedmetalnummers aan de slordige kant is. Een wat eenvoudiger recht-op-de-neusaanpak met iets minder tierelantijntjes en woest gespring zou de vele potentiële hits die Enforcer toch onmiskenbaar op zak heeft meer recht doen, ook al slaat het jongehondenenthousiasme en de Spinal Tappresentatie dan uiteindelijk alsnog wel over naar het publiek.

Ook de heren van Converge staan op het kleine podium met een minzame glimlach te wachten tot Enforcer klaar is. De mathcoreveteranen tappen uit een geheel ander en veel minder toegankelijk muzikaal vaatje, maar qua strak en raak naar een publiek toe spelen kan Enforcer nog wel het één en ander van hen leren. Het bekende schokeffect van een hardcoreband in een door rock en metal gedomineerde line-up wordt ten volle benut, zonder dat daarbij overigens een vijandige houding wordt aangenomen. Zanger Jacob Bannon, toch een icoon van formaat in zijn genre, bedankt het publiek meermaals beleefd dat ze zijn bandje hebben verkozen boven het veel populairdere Sylosis op het podium aan de overkant, en Converge zorgt zo voor een vroeg hoogtepunt van de dag.

Direct volgt ook het eerste dieptepunt. Godsmack mag vandaag dan laag op de bill staan, wat betreft verkoopcijfers kan het viertal uit Massachusetts zich zeker in het thuisland gewoon meten met Slipknot. Dat de postgrunge/alt.metal verder vooral risicoloos en degelijk is, is nog tot daar aan toe; zeker gezien de rest van de line-up is het een begrijpelijke, veilige keuze. De drum-/percussiesolo en flauwe covermedley die bijna een derde van de speeltijd vullen zijn echter volkomen misplaatst en draaien het sowieso al niet bijster geïnspireerde optreden definitief de nek om.

Dying Fetus maakt onverstoorbaar korte metten met de gezapigheid. De met afstand meest extreme band van de dag, die vooraf nog een heuse dorpsrel ontketende vanwege zijn aanstootgevende naam, bewijst zijn eenzame klasse ook op een mainstream festival, met superieure technische deathmetal, aanstekelijke slamgrooves en de bekende no-nonsensepresentatie. Er worden niet alleen nieuwe zieltjes gewonnen, ook worden de oude fans getrakteerd op een nieuw nummer genaamd ‘Enduce Terror’, dat de wat meer catchy lijn van het fantastische laatste album Reign Supreme lijkt voort te zetten. Het meest beruchte kleinood uit de Dying Fetuscatalogus blijft verrassend genoeg dan weer achterwege, wat met een beetje slechte wil zou kunnen worden opgevat als een kleine concessie.

Dat de programmering op het hoofdpodium duidelijk in de slipstream van Slipknot tot stand is gekomen blijkt eens te meer wanneer Papa Roach daar mag aantreden. De nu-metalband vierde zijn grootste successen zo rond de eeuwwisseling, maar heeft zich een onverwachte volhouder getoond uit een tijdperk dat de meeste doorgewinterde metalliefhebbers toch het liefst zo snel mogelijk zouden willen vergeten. In tegenstelling tot Godsmack maakt Papa Roach echter geenszins een uitgebluste indruk. De energie spuit vanaf het begin over het festivalterrein en frontman Jacoby Shaddix gooit zijn reeds lang uit de mode geraakte wiggerish arm movements er met zoveel overtuiging en gebrek aan gêne uit dat je het hem onmiddellijk vergeeft. De band heeft bovendien ampele beschikking over hits, met uiteraard ‘Last Resort’ als hoogtepunt.

Met Papa Roach is dan ook het blok ‘geheide festivalknallers’ aangebroken. Terwijl zekerheidje Red Fang met verve het stoner/sludgegedeelte voor zijn rekening neemt, mag Exodus aan de overkant bewijzen dat het na dertig jaar nog steeds thrashfeestband nummer één is. Dat moet dan wel gebeuren zonder de belangrijkste pion gitarist Gary Holt, want de metalvoedselketen dicteert dat hij zijn geesteskind deze keer in de steek moet laten voor zijn broodheer Slayer. Gelukkig is sinds kort Steve ‘Zetro’ Souza weer van de partij bij Exodus, de frontman uit de meest succesvolle periode van de band, eind jaren tachtig. Hij oogt inmiddels als Frank Lammers inclusief Michiel de Ruijterpruik, maar zijn aloude snarl en charisma zijn nog volledig intact, evenals de gepatenteerde crunch in het gitaargeluid. Er wordt een pesterig stukje ‘Raining Blood’ gespeeld, een mooi eerbetoon gegeven aan een gevallen Nederlandse metalbroeder en vooral ook erg veel gelachen. Ironisch genoeg maakt Exodus met deze show een veel betere beurt dan Slayer (mét Holt) tijdens de vorige Fortarockeditie, ook al reikt de good friendly violent fun tijdens ‘Toxic Waltz’ dan niet meer als vanouds tot de geluidsman halverwege het veld.

Wanneer Lamb of God-zanger Randy Blythe voorafgaand aan ‘Walk with Me in Hell’ verzoekt om op elkaar te letten in de pit en elkaar overeind te helpen, is het onmogelijk om niet meteen de link te leggen met het stagedive-incident met dodelijke afloop, waarvoor hij in 2012 werd vastgezet, aangeklaagd en uiteindelijk vrijgesproken in Tsjechië. Het nieuwe nummer ‘Still Echoes’, dat handelt over zijn Praagse gevangenis, maakt het allemaal nog pregnanter. Toeval of niet, maar vandaag komt Lamb of God net wat positiever, vitaler en overtuigender over dan normaal, met een sterke show als resultaat. Net als eerder op de dag valt overigens ook hier weer op dat Fortarock heeft geluisterd naar de vele klachten tijdens voorgaande edities over het veldgeluid: het begin is vaak nog steeds vrij slecht, maar bij de meeste bands is het binnen twee nummers ruim voldoende bijgesteld. Toch blijft Lamb of God hoe dan ook een band waarbij na verloop van tijd de eenvormigheid onherroepelijk toeslaat.

Wat dat betreft ontbreekt het tot nu toe sowieso wel aan verrassing, maar dan is daar ineens de enige echt geïnspireerde keuze in de programmering en hét feelgoodmoment van de dag: Clutch, de gedroomde olijke remedie voor een overdosis dikkenekkenmetal. Soul, blues, hardrockboogies, slidegitaar, mondharmonica, koebel, drie los uit de pols musicerende grijzende huisvaders, en een frontman met de lach aan zijn kont en de funk in zijn donder… Het is alles bij elkaar zo’n enorme verademing dat je je bijna af gaat vragen waar je de rest van de dag nou eigenlijk precies naar hebt staan luisteren. Als er een hoogtepunt moet worden aangewezen is dat de faux-go-go workout ‘D.C. Sound Attack!’ (hoeveel Fortarockbezoekers zouden ooit van Trouble Funk hebben gehoord?), maar eigenlijk is het gewoon een uur lang feest. Bij de afsluitende ZZ Toppastiche ‘Electric Worry’ ontstaan er overal spontane vreugdedansjes in het publiek; kom daar nog maar eens om bij metalheads.

Het contrast tussen de morsige, ongedwongen, organische sound van Clutch en de tot in de puntjes verzorgde show van Epica kan haast niet groter. Niet alleen gaat het headbangen keurig synchroon, maar zelfs de kleur van de oogschaduw van zangeres Simone Simons matcht met die van het drumstel. De Limburgse symfonische metalband is met goede reden uitgegroeid tot een hele grote naam in de internationale metalscene, en ontving daar daags tevoren nog de Buma Rocks Exportprijs voor. Toch maakt Epica, dat niet zo heel vaak in eigen land valt te bewonderen en duidelijk is aangetrokken om nog een flinke hoeveelheid extra en andersoortig publiek naar de Goffert te lokken, die reputatie niet helemaal waar vandaag, want er staan lang niet zoveel mensen voor het hoofdpodium als bij Lamb of God even daarvoor. De bombastische, progressieve stijl, waarin de klassiek geschoolde mezzosopraan Simons de strijd aangaat met de vaak loodzware death- en powermetal van de rest van de band, blijft hoe dan ook indrukwekkend, maar is nu eenmaal niet voor iedere Slipknotfan weggelegd.

De meeste Venom-liefhebbers kan het uiteraard al helemaal gestolen worden, want die zijn alleen maar gekomen voor smerige black ’n roll from the very depths of hell. Het trio uit Newcastle, dat begin jaren tachtig aan de basis stond van alles wat nu extreme metal heet, is eigenlijk al vanaf het prille begin meer een idee dan een goede band. Maar dat het eigenlijk geen goede band is, is juist het idee, zou je ook kunnen zeggen. Bij een liveshow van Venom zijn er dus maar twee opties: óf je geeft je er aan over óf je ergert je dood. Zo aan het eind van een lange dag zit er inmiddels genoeg bier in om de eerste optie te laten prevaleren en dat gebeurt dan ook massaal. Dat alleen nog frontman Cronos over is van de klassieke bezetting (gitarist Mantas en drummer Abbadon zijn in september op Baroeg Open Air te zien onder de naam Venom Inc.) doet er dan ook helemaal niet toe. Wanneer de laatste tonen van het zelfs voor Venombegrippen ontstellend infantiele ‘In League with Satan’ klinken, countert de PA van het hoofdpodium op hilarische wijze met Van Halens ‘Running with the Devil’, de opmaat voor het grote slotstuk.

Slipknot speelt een bij voorbaat gewonnen wedstrijd in het Goffertpark, dat de hele dag al wordt bevolkt door relatief veel jongedames en weinig mannen met lang haar. De meeste metalliefhebbers van de oude stempel hebben nu eenmaal niet veel op met de op teen angst drijvende noem-het-geen-nu-metallijfliederen van ‘The Nine’ uit Iowa; traditioneel gaat metal nu eenmaal over macht, niet over onmacht. Het mag dan vanwege die reden niet zoveel publiek trekken als de oude grootheid Iron Maiden vorig jaar, Slipknot is wel de laatste metalband die dusdanig groot is geworden dat het als headliner kan fungeren op een festival als Fortarock, en die bovendien voor veel mensen een opstap vormde voor een meer diepgaande interesse in extreme metal; een klassieke gateway-band.

Corey Taylor en zijn gemaskerde bende stellen ook vanavond niet teleur. De setlist leunt nog steeds behoorlijk op het zestien jaar oude titelloze debuutalbum, maar uiteraard komt ook het vorig jaar verschenen .5: The Gray Chapter ruim aan bod, te beginnen met de verpletterende opener ‘Sarcastrophe’. Het publiek vergaapt zich ondertussen aan de nieuwe outfits, de metershoog roterende percussionisten en het bewust als goedkoop sideshow-spookhuis aangeklede podium. De aan The Texas Chainsaw Massacre ontleende thematiek van de duistere kant van het heartland van Amerika doet nog steeds voorbeeldig zijn werk, en in zijn wel erg hyperbolische praatjes tussen de nummers door refereert Taylor dan ook voortdurend aan het begrip familie. De boodschap is duidelijk: Slipknot is je familie, niet die mensen uit de hel van je dagelijkse leven. Grappig genoeg staat tegelijkertijd het festivalterrein vol met moeders en dochters, vaders en zonen, allemaal gehuld in een Slipknotshirt, wat ook weer illustratief is voor het verschil tussen de beleving van metal in Amerika en Europa.

Met speels gemak houdt Slipknot anderhalf uur lang het publiek in zijn greep, en na het verplichte “jump the fuck up!”-nummertje tijdens ‘Spit It Out’ en de toegiften ‘(sic)’ en ‘Surfacing’ zit de zevende editie van Fortarock erop. In deze noodgedwongen verkleinde opzet is Slipknot een gedroomde headliner, die de verwachtingen ook volledig waarmaakt, maar het moet voor de organisatie toch ook wel pijnlijk zijn om te zien zowel AC/DC als Metallica zeer recent op een steenworp afstand van Nijmegen speelden, in respectievelijk Arnhem en Gelsenkirchen. Ook Judas Priest en Kiss doen deze maand nog Nederland aan, allebei bands die het Slipknotpubliek heel behoorlijk hadden kunnen aanvullen met wat meer oudere metalheads. Opvallend was dit jaar ook het wegblijven van de Duitse toeschouwers, traditioneel altijd erg goed vertegenwoordigd op Fortarock; begrijpelijk overigens, want zowel Slipknot als Epica spelen deze week nog in Duitsland.
Het grootste gemis tijdens deze editie is echter toch het gebrek aan echt spannende, wat meer extreme jonge bands, zoals in het verleden The Devil’s Blood, Watain, Ghost, Sólstafir en Deafheaven. De meest in het oog springende buitenbeentjes zijn Dying Fetus en Clutch, twee bands die al een kwart eeuw bestaan, en ook gerespecteerde oldschoolbands als Exodus, Flotsam & Jetsam en Venom hebben het hardcore metalpubliek dat vaste klant is bij festivals als Eindhoven Metal Meeting, Neurotic Deathfest en Roadburn dit jaar niet of nauwelijks over de streep kunnen trekken. Dat is hoe dan ook jammer, want dat blijft uiteindelijk wel de harde kern die Fortarock heeft gemaakt tot wat het nu is. De problemen met het vinden van een goede headliner zou Fortarock trouwens ook nog totaal de andere kant op kunnen sturen, namelijk door ook te gaan mikken op alternatieve rockbands als Muse en Foo Fighters. Wat dat betreft is het nu al weer spannend om te zien waar de organisatie in de loop van dit jaar mee op de proppen zal komen om zich te revancheren voor de gedeeltelijke mislukking van deze editie.

Met dank aan Thijs Gouwerok van KindaMuzik.

Meer recensies:
Rockportaal, Lustforlife, Metalfan en Soundz.

  • Facebook
  • Twitter
  • Hyves
  • MySpace
  • Live
  • Add to favorites