“Levende schilderijen” – Kinderboekenweek 2014

Tijdens de kinderboekweek 2014 heeft vAnDré een persoonlijk verhaal voorgelezen aan diverse groepen kinderen. Het principe van het verhaal is gebaseerd op het kinderboek “Een hele kunst…” van Arend van Dam en Alex de Wolf. Maar de strekking is puur persoonlijk.
Natuurlijk heeft hij bij het voorlezen de kinderen laten genieten van het “levende” van zijn doeken, middels augmented reality (en de smartphone).

LEVENDE SCHILDERIJEN

Samen met zijn dochter was André al druk aan het schilderen. De rest van de schilders kwamen langzaamaan binnen. Ze namen eerst koffie en kletsten met elkaar. André had geen tijd voor koffie. Hij wilde eigenlijk alleen maar schilderen. Dat vond het leuk. En helemaal zo samen met zijn dochter. Ook aan het eind van de avond bleef hij het langst bezig. Hij kon maar niet stoppen, zo leuk vond hij het.

André begon ook thuis schilderijen te maken. In de woonkamer, in de tuin, in de schuur, overal was hij bezig. En overal was verf. Overal lagen kwasten en overal stonden doeken tegen de muur of tegen de kast.
Dit kon zo niet langer. Het huis leek steeds kleiner te worden. De doeken moesten weg! André ging op zoek naar plekken om ze op te hangen. Hij bracht ze naar de bibliotheek, naar het gemeentehuis, maar ook naar hotels en winkels. Soms organiseerde hij zelf een expositie. Mensen begonnen zijn werk te kopen. Van het geld kocht André nieuwe doeken en nieuwe verf, zodat hij nog meer kon schilderen.

Op en dag wist hij ineens niet meer wat hij moest schilderen. Al zijn ideeën waren ineens op.
“Ga dieren schilderen,” zei zijn dochter. Maar André hield niet zo van dieren.
“Zullen we dan vandaag wat leuks gaan doen samen?” vroeg zijn dochter. En met het hele gezin gingen ze een dagje naar de dierentuin. André vond het heerlijk om te zien hoe zijn dochter van de dieren genoot. En toen zij ’s avonds aan haar vader vroeg of hij eens wilde proberen om dieren te gaan schilderen, wilde André dat wel doen.
Hij wilde het, omdat hij een fijne dag had gehad met zijn gezin tussen al die dieren. Maar hij deed het ook wel een klein beetje om zijn dochter te plagen. Hij pakte een groot stuk karton en begon met een kat. Niet een echte kat, maar een beetje een rare kat. En hij schilderde niet heel precies, maar deed het lekker haastig en snel.

Zijn dochter vond het leuk. En eigenlijk vond hij het zelf ook leuk. Sterker nog: andere mensen vonden het ook leuk. Al heel snel waren zijn katten verkocht. André wilde meer katten maken. Maar ook andere dieren. Gekke dieren, fantasie dieren. Dieren die niet echt bestonden, alleen maar in je fantasie.
Hij legde zijn kwast aan de kant en kocht grotere schildersdoeken van wel meer dan een meter. Hij kocht verfrollers en spuitbussen en begon te spelen met de verf.

Soms schilderde hij meer dieren op één doek. Hij dacht dan aan zijn gezin en aan zijn dochter die hem dit idee had gegeven. Andere keren schilderde hij dieren uit de dierentuin, alleen een stukje gekker. Zoals: de giraf met de korte pootjes.
Hij veranderde zijn naam. En omdat zijn dochter hem vaak Dré noemde, schreef hij van nu af aan vAnDré onder zijn doeken. Van Dré.

André was geen schilder van beroep. Hij had een baan. Hij was meester op een basisschool. Hij praatte met de kinderen wel eens over de regels in de klas. De kinderen hadden het dan over “NIET hard praten, NIET rennen en NIET pesten”. Maar meester André vertelde dan dat ‘NIET’ een raar woord was. Hij zei: “Denk NIET aan een roze olifant!” De kinderen moesten lachen, want ze zagen ineens een grote dikke vette olifant voor zich, die helemaal roze geschilderd was of in een roze trainingspak liep.
“Zie je wel,” zei meester André. “Als je NIET aan een roze olifant mag denken, doe je het juist wel! Je moet dus niet zeggen wat je NIET mag doen, maar wat je WEL moet doen.”
De kinderen wisten het wel: fluisteren, gewoon lopen en aardig zijn voor elkaar.

Thuis schilderde André een roze olifant en schreef erbij: “Geen roze olifant”. Sommige mensen vonden dit raar. De olifant was toch WEL roze. André verzon een trucje om de olifant te kunnen zien, zonder dat die roze was. Hij gebruikte hiervoor een app op een smartphone of een tablet. Als mensen de smartphone voor het schilderij hielden, dan zagen ze dat de olifant alle kleuren had, behalve roze.

De app was een groot succes. En André zorgde ervoor dat meer van zijn schilderijen begonnen te ‘bewegen’. Hij maakte leuke animaties voor zijn doeken. Bijvoorbeeld van een raar soort katvogel die bloemetjes at, die telkens maar weer aangroeiden.
En van een Scrobble, een soort slang met heel veel ogen, die angstig naar alle kanten keek.
Hij maakte gedichten voor zijn schilderijen en las die voor. En hij maakte grapjes bij zijn werk, zoals de trage schildpad die weg racete. En de vogels die wormen pikten.
Tijdens een tentoonstelling kwamen veel mensen kijken. Heel veel mensen. En bijna allemaal hadden ze een smartphone bij zich. Iedereen genoot van de grote, kleurige doeken, maar ook zeker van de leuke extra laag die erbij zat.

  • Facebook
  • Twitter
  • Hyves
  • MySpace
  • Live
  • Add to favorites

Author: André Broens